Aisi schrijft

donderdag 17 augustus 2017

Zomer

In de stationshal ruikt het naar vakantiegangers: zonnebrand, vers gebakken broodjes en de geur van een nieuw luchtbed. Ik ontken de Zomer, zodra hij komt. Dat was niet altijd zo. Geef mij maar net te fris maar wel met je jas open, zonnestralen op bladgoud en voor het donker thuis. Maar hier op het station bruist het van hutkoffers tot backpackers. Iedereen ontvlucht Nederland, in ruil voor iets dat zich ontleent als beter. ''Alles beter dan hier.'' En dat begrijp ik wel. Al kan ik nergens van vluchten. Bij mij zit het probleem in mij. Of beter gezegd: ik ben het probleem. Ik kan moeilijk uit mijn huid stappen, het opvouwen en onder mijn kussen schuiven.  Ik zit zo erg in mijn hoofd, terwijl ik altijd al in mijn hoofd zat.
Nog even werp ik een blik op de verpakte persoonlijkheden die op wielen worden meegesleurd aan hun uitschuifbare staarten. ''Zij wel'', denk ik.

zaterdag 12 augustus 2017

Ik had altijd gedacht dat jullie nergens heen zouden gaan. En dat het huis aan het bos, het huis aan het bos zou blijven. Dat er niet zoiets bestond als verlies. Ik kende geen ziektes. Ik kende ze ook niet als scheldwoorden.
Ik ben niet klaar voor verhuisdozen, ik ontken ze. Mijn jeugd was kort en er tussenin. Maar teveel om op te bergen tussen kartonnen muren, en te verplaatsen. Naar elders.

vrijdag 21 juli 2017

Soms voel ik me een moederloos kind. Wanneer de dag me niet zint, het geluk me niet vindt. Geef mijn ogen dan rust, geef mijn dromen terug. Van de zon die morgen op komt hoef ik nu echt even niets te weten. Mijn lichaam drijft. Overal, maar nergens echt heen. Ze zeggen dat wandelen helpt. Zet een doel voor de dag, of op z'n minst je wekker. Ze hebben geen idee van het vuur dat brandt in de lucht. Niemand kan er bij, en zo blijft het daar. Ongeblust. Dit is allesbehalve een einde. Er zijn heel wat manen gepasseerd, heel wat glazen gedronken. Dat ik heb bestaan is voorlopig nog een wonder.

woensdag 19 juli 2017

Ik wil niet zeggen dat het hopeloos is. Maar ik bedoel het wel.





vrijdag 28 april 2017

Tot het me vindt. Tot je me vindt. Ben ik alles maar net niet genoeg. Soms is een nieuw begin alles wat ik kan vragen. Ik wil genadeloos mooi voor iemand zijn. Genadeloos mooi en ontroerend goed. En het gaat me niet om de weg er onder, of onderweg. Zet alles maar eens stil. Je ontbreekt en je mag me best missen als je wil. Jong geleerd is oud gedaan. Zo mocht ik vroeger maar tot aan mijn knieƫn in het water staan. De angst voor het diepe zal eeuwig zijn zolang we er niet in durven te zwemmen. Wees bang, maar doe het toch.

maandag 9 januari 2017

Er is zoveel wat ik wil doen. Er is zoveel wat ik moet doen.