Aisi schrijft

woensdag 30 december 2015

Wat ik heb ondervonden in Amsterdam

Gisteren bracht ik weer eens een bezoekje aan de hoofdstad, Amsterdam. En er zijn een aantal dingen die ik  heb ondervonden die ik écht even een plekje moet geven.

  1. Om te beginnen. Ik schijn dus een zwak te hebben voor mannen die hun complete garderobe shoppen bij Weekday op het Rokin. Ik weet niet of dat een type man kan zijn, maar dan introduceer ik die bij deze graag. Het feit dat je ze in de stad waarschijnlijk in bosjes kan vinden, is toch wel een satisfying gevoel. Het idee, dat als je net één treft die een vriendin heeft, er nog genoeg anderen zullen zijn. Vrij, rondfladderend, wachtend op die ene. Ik meld me!
     
  2. Ook: neuspiercings bij mannen zijn, klaarblijkelijk, een ding? Ik heb (op zijn minst!) 12 mannen gespot met een ringetje door hun neus. Ik weiger de trend absoluut niet, sommigen kunnen het best goed hebben namelijk. Maar lees: sommigen. Dit geldt dus niet voor iedereen.
     
  3. Een advies. Ontwijk de Kalverstraat tijdens de sale. Echt. Dit is waarschijnlijk al veel vaker gepredikt, helaas is het mij compleet ontgaan. Ik ben na gister bereid om een petitie te tekenen die de sale in de Kalverstraat de kop in drukt. Ook heb ik flink kunnen oefenen op mijn beuktactiek. Man, wat een drukte, wat een kwelling.
     
  4. Als je een foto neemt van een groep Japanse toeristen, vinden ze dat heel raar.
     
  5. Überhaupt mensen fotograferen op straat, knap lastig. Respect streetphotographers.
  6. Mij maakt het echt niet uit wat een Amsterdammer zegt, echt niet. Het klinkt gewoon verrukkelijk, snoepen geblazen. En dan vooral als ze aan het zeiken zijn, op alles en nog wat. Heer-lijk.




woensdag 23 december 2015

Hopeloos

''Ik denk niet dat ik het ooit nog eens zou kunnen doen.'' San veert overeind. ''Wat?'' Met mijn wijsvinger teken ik cirkels in de palm van mijn hand, bij wijze van het een scheepje is. Iets wat mijn moeder altijd deed, als ik verdrietig was, of moest gaan slapen. Ze zong erbij. ''Nou gewoon, verliefd worden..'' San kijkt me aan alsof ze een speld heeft horen vallen. ''Wat is dat nou voor iets stoms zeg. Alsof je daar zelf enige invloed op hebt! Kom nou.''
San heeft gelijk. Soms val je voor iemand, zo met je bek op het trottoir. Verdomde zwaartekracht ook, daar breng je niks tegen in. Je gaat tot over je oren en dan daar nog voorbij, zo verliefd. En vanaf daar is het alleen maar hopen, hopen op dat het werkt. Dat iemand bij je blijft en je nooit zou willen kwetsen. Maar die hoop is als een piepschuimen scheepje op zee. Hopeloos.

maandag 21 december 2015

Het leven is keihard klappen

Kijk, het begint zo. We klappen open als bloemen, voor het eerst. Vervolgens klappen we op de straat, met onze knieën, of kinnen, soms allebei. Dan, klappen we in en uit de school (dat is dubbelop, zoek maar uit). Zodra we dan weer definitief de school zijn uitgeklapt, klappen er mensen voor ons. Das leuk. Dan, klappen we vervolgens een opleiding in. We klappen op en neer, hoppekee, baby's. Nou, dan klappen we nog om wat opera's, voetbalwedstrijden, toneelstukjes in de huiskamer. En vervolgens klappen we dood neer.

Ik ga gebundeld

Het nieuwe jaar is dan bijna hier, en velen van jullie weten dat ik wel eens een woord op papier wil zetten. Daarom, na veel aanmoediging van vrienden en bekenden, heb ik besloten om wat van mijn werk uit te brengen in een bundeltje. Dit is zowel poëzie als proza. Nu is mijn vraag (voor de administratie), wie zou er geïnteresseerd zijn in zo'n oplage van mijn werk.
Ik kan terecht bij een uitgeverij waar ik of wel uitgeef in Eigen Beheer, in dat geval bestel ik een aantal bundels en verkoop ik die zelf door. Of, via Printing On Demand, en dat wil zeggen: als iemand van jullie besteld, wordt dat boekje speciaal gedrukt en verzonden. Ik weet niet wat handig is, dus jullie advies daarbij zou erg van pas komen.
Ook moet er nog gedacht worden aan design, aantal pagina's, een kaft, titel, dat soort ongein, wie daar tips voor heeft of kan helpen, laat je horen!

zaterdag 19 december 2015

Fuif

''Gelukkig nieuwjaar!'' Ik krijg een zoen op mijn mond. En ik weet dat onze pupillen zullen blijven groeien, tot ze ons allebei hebben verraden. Totdat ze evenwijdig zijn, en we zingen, en lachen, en dansen, en knarsen. We willen zo blij zijn dat het pijn doet. Dat onze mondhoeken uitscheuren, onze tanden verbeten zijn en onze kaken minstens 3 dagen uit de kom liggen. Intens geluk is slechts een kwartje van ons verwijderd.. ''Soms denk ik zo vaak aan je dat ik je mis..'' zegt hij. Mijn oogleden zakken, en ik dwaal af. Alsof dat de bedoeling was. En dat is het: je moet altijd doen alsof iets de bedoeling is. ''Waarom zeg je dat dan niet gewoon?'' Ik heb me nog nooit zo onbegrepen gevoeld. Mijn pupillen verwijden zich nog steeds. Ik kan zwemmen in de massa, verdrinken tussen de glimmende gezichten. Wat gaat dit hard. Ik bijt op mijn lip. Bloed smaakt naar muntgeld dat velen handen heeft gepasseerd. En het is warm. Zijn duim wrijft langs mijn onderlip. Ik kijk naar hem en ik voel me verliefd. Ik zou hem nu van alles willen vertellen, en terwijl hij dan niet luistert, ontzettend gelukkig kunnen zijn.
Onze liefde was als een gedeelde coma. Toen ik je tegenkwam in de roes, was alles zo mooi. Je prikte dwars door de muur heen, die ik zelf eens opgetrokken had. We lagen knock-out, gevlochten tussen twee armen en een bonzend hart. Nu zit ik op de rand van je bed, je blik rust op mijn rug. Zijn bed is als een eiland, tussen hoopjes uitgetrokken textiel. Ik maak mezelf nog even klein, omdat ik in de tijd die ons is gegund, alleen maar bij jou wil zijn.

vrijdag 18 december 2015

Altijd wil ik vertellen. Vertellen hoe het gaat, met of zonder jou. Vertellen over mijn dag, vertellen over de mensen die ik zag. Ik wil tegen je aan praten, en dat jij dan luistert. Maar jij luistert nooit. Jij, bent er nooit. Altijd afwezig, nooit ben je daar.


Verslag vanuit TAPE

Het is vrijdagmiddag, de vakantie is net een uurtje geleden ingegaan. Ik voel me moe, maar voldaan. Op het moment zit ik in TAPE, te wachten op een vriendin die ik al een hele poos niet heb gezien. Het is redelijk druk hier. Naast me heeft een man een tosti besteld, en tegenover me zit een groep jongens een werkbespreking te doen. Ik voel me een schrijfstertje, te midden van hen allen. De sfeer is hier zo leuk, omdat het hier op een huiskamer lijkt. Stoelen, banken en tapijt in de etalage van de lunchroom doen deze sfeer veel goeds. Er staat ook een kast met spelletjes, een piano en heel veel planten.

Wat zal ik zo eens bestellen? Ga ik voor een exotische groene thee, of misschien warme choco? Dorst heb ik wel, dat weet ik zeker. Ergens ook wel een beetje honger, maar het gevoel van vakantie vult me voldoende.

Alweer een paar minuten voorbij. Laat ik eens naar buiten kijken. Wat zie ik? Schoolmoeders met kinderen, een oude man op een vespa scooter en een man die de prullenbakken leegt.

Daar ging mijn telefoon. Het was een hijgende Emma. Dat betekent maar 1 ding: tijd voor thee en een goed gesprek.

zondag 6 december 2015

Uit

Door het smijten met onze fietsen, rusten er nu deuken in de berm. Josse was achter me aan gerend. We zitten op een hek, te midden van een uitgestrekt weiland. ''Fris hé?'', merkt Josse op. Onze haren zijn verwaaid en onze lippen zijn schraal. Ik knik. ''Wil je mijn trui? Dat mag wel hoor.'' Hij tovert een aansteker en een pakje Brandaris uit zijn zak, en trekt vervolgens zijn sweater uit. Ik lach, maar alleen met mijn ogen, en trek de sweater tot aan mijn kin. Met mijn handen in de zakken gestoken, en mijn ogen dicht, denk ik aan vroeger, aan logeren op de boerderij van mijn oom. We kanoden dan door de slootjes, smeerden voortdurend onze muggenbulten in en sliepen op de trampoline op de patio.

Josse stopt zijn gerolde peuk achter zijn oor. Ik vind het leuk als hij dat doet. Het staat hem goed, hoe vreemd het ook klinkt. We springen van het gammele hek en beginnen terug te lopen. De vochtige aarde kleeft onder het profiel van onze gympen. Opeens staat Josse stil, ik kom bij hem staan. We buigen ons over iets dat lijkt op gesplinterd porselein. Het is een eierschaal. Ik pak een scherf op en ''krak'', tussen mijn duim en wijsvinger. Ik kijk Josse indringend aan: ''het gebrokene kan nog steeds breken.'' En ik laat de stukjes los. Ik begin weer te lopen, maar Josse grijpt mijn arm. Hij drukt me tegen zich aan. Er rolt een traan over mijn wang. ''Sorry'', zegt hij.